‘Manaptief’ begeleiden

Tijdens een workshop op een Fontys Docent Event heb ik gesproken over mijn bevindingen met betrekking tot het  ‘werken met jongens’. Het gaat hier om begeleidingssituaties. Deze bevindingen komen samen in onderstaande dia. Centraal in deze dia staan vier afbeeldingen. Deze afbeeldingen hebben betrekking op vier componenten die, op grond van mijn ervaring, centraal zouden moeten staan in de begeleiding van jongens. De eerste dia symboliseert de keuze die elke jongen zou moeten maken bij aanvang van een begeleidingstraject. Uitdrukkelijke aandacht hiervoor is van belang omdat veel jongens geneigd zijn om die daadwerkelijke keuze niet te maken. Ze vinden het vaak ‘wel okay’. Ze zijn geneigd om als het ware voor zich te láten kiezen. Een daadwerkelijke keuze voor een begeleidingstraject genereert niet alleen de noodzakelijke betrokkenheid; het ondersteunt vaak ook de kanteling van externe attributie naar interne attributie. De tweede afbeelding staat voor (de behoefte aan) structuur. Mijn ervaring is dat veel jongens moeite hebben om ordening aan te brengen in het werk dat zij moeten oppakken. Vaak is het effectief om de sturing tijdelijk extern op te pakken. Als de jongens meer ‘grip’ krijgen is de stap naar meer zelfsturing vaak relatief eenvoudig te zetten. De derde afbeelding verwijst naar de welbekende ‘stok achter deur’. Deze afbeelding sluit in een bepaalde zin aan bij de tweede afbeelding omdat externe sturing vaak gepaard gaat met een ‘stok achter de deur’. Hoewel mijn insteek bij met name de MeesterMasterClass is geweest om juist géén ‘stok achter de deur’ in te zetten geven de studenten zonder uitzondering aan dat zij een dergelijke stok juist heel prettig vinden. Dit betekent natuurlijk niet...

Minister Bussemaker benadrukt het belang van de voorloperstrajecten

Dat Minister Bussemaker de campagne VeelMeerMeester ondersteunt, bleek al eerder uit de brief die ze opstelde. Deze ochtend onderschrijft zij dit nogmaals met haar aanwezigheid in Leiden. Hier wordt o.a. deze campagne voor meer mannen op de pabo en de andere negen voorloperstrajecten te besproken. Doel van deze bijeenkomst is het delen van informatie van de trajecten onderling met de aanwezigheid van de po-raad, ministerie van OCW en de betrokken hogescholen. Info over alle voorloperstrajecten www.delerarenagenda.nl  ...

‘Manaptieve’ kwartaalopdrachten

In het schooljaar 2013/2014 heeft het Propedeuse-team van Fontys Hogeschool Kind en Educatie, locatie Eindhoven, besloten tot een grondige herziening van de kwartaalopdrachten voor eerstejaars studenten van de bacheloropleiding. Een directe aanleiding hiervoor was het voortschrijdend inzicht in specifieke kenmerken van het leren van jongens. Ten behoeve van de herziening van de kwartaalopdrachten zijn verschillende ontwerpcriteria geformuleerd. In essentie was het streven om  in de ontwikkeling van de nieuwe kwartaalopdrachten een goede balans te vinden tussen (1) uitdaging en (2) structuur. De ontwerpcriteria waren leidend bij het herontwerp van de eerste, de tweede en de derde kwartaalopdracht. De vierde kwartaalopdracht is niet herontworpen op basis van de bovengenoemde ontwerpcriteria. Na het doorlopen van de kwartaalopdrachten is  aan alle studenten gevraagd hun waardering voor de herontworpen opdrachten kenbaar te maken. Ook is de studenten gevraagd of het ontwerp van de kwartaalopdracht naar hun mening bijdroeg aan een succesvolle afronding ervan. Een voorbeeld van de enquete die de studenten hebben ingevuld is bijgevoegd. Op basis van statistische analyses zijn de ruwe data verwerkt tot betekenisvolle informatie. Daarbij waren de verschillen in waardering tussen mannelijke en vrouwelijke studenten van belang én de waardering van kwartaalopdracht 4 in vergelijking met de waardering van de eerste, de tweede en de derde kwartaalopdracht. Op basis van de statistische analyse is de voorlopige conclusie dat verschillen in waardering van kwartaalopdrachten tussen jongens en meisjes met name zichtbaar worden als er géén rekening wordt gehouden met specifieke kenmerken van leren van jongens. Als er in het ontwerp wél rekening wordt gehouden met specifieke kenmerken van het leren van jongens blijken er nauwelijks verschillen te zijn in de waardering van...

MeesterMasterClass

Naast verschillende activiteiten op het terrein van individuele coaching is er in 2014 ook een actiegericht onderzoekstraject opgezet. Het betrof een interventie waarin een groep mannelijke propedeuse studenten die veel moeite hadden met het reguleren van eigen leren werden uitgenodigd om deel te nemen aan een aanbod waarin verbetering van de organisatie van eigen leren met behulp van breinkennis centraal stond. Een belangrijke inspiratiebron voor deze interventie was het promotie onderzoek van Sanne Dekkers (2013). Dit onderzoekstraject heeft als werktitel ‘MeesterMasterClass’ (MMC) gekregen. De directe aanleiding voor de keuze van dit actieonderzoek kwam voort uit een tussentijdse analyse van procesverslagen van propedeuse-studenten. Vooraf is een onderzoeksopzet gemaakt. Er heeft een selectie plaatsgevonden van jongens die, op basis van vooraf vastgestelde criteria, konden participeren. Het betrof twee groepen van 6 jongens. De eerste groep is weliswaar gestart met 8 jongens. Al heel snel echter besloten 2 jongens de opleiding te verlaten. Als reden voor hun vertrek gaven ze aan dat het beroep toch niet goed bij hen paste. Verschillende meetinstrumenten zijn gebruikt ten behoeve van verzameling van data, zowel voorafgaand aan als na afsluiting van het traject. De jongens zijn 8 bijeenkomsten samengekomen. De bijeenkomsten duurden iets meer dan een uur. De voorlopige resultaten van dit traject zijn zo veelbelovend dat dit traject in 2015 als keuze-traject is opgenomen in het reguliere aanbod voor FHKE propedeuse studenten. Van de twaalf jongens die daadwerkelijk hebben geparticipeerd zijn er tien jongens doorgestroomd naar de hoofdfase. Acht van hen behaalden hun P in één jaar....

Coaching op uitstelgedrag

In het onderwijs zijn er in de afgelopen jaren nogal wat jongens geweest die studievertraging opliepen omdat ze moeite hadden met ‘plannen’ en/of om een gemaakte ‘planning te volgen’. Uitstelgedrag van (mannelijke) studenten is bij veel collega’s in het hoger onderwijs een bekend fenomeen. Met name bij enkele mannelijke vierde jaars studenten zijn in het afgelopen jaar verschillende één-op-één coachingstrajecten uitgevoerd waarbij breinkennis is ingezet om de ‘cognitieve controle’ van deze jongens te versterken. Zoals elders in dit weblog is benoemd heeft ‘cognitieve controle’ betrekking op de interface waardoor doelen gedrag beinvloeden. Concreet betekent dit dat tijdens momenten van reguliere coaching, time-outs werden ingezet. Doel van deze time-outs was om met een ‘brein’-bril te kijken naar het uitstelgedrag van betreffende student en te onderzoeken wat bepaald gedrag te maken kon hebben met (wat bekend is over) breinontwikkeling. Het inlassen van dit type time-outs leek het herkennen en doorbreken van patronen te vergemakkelijken. Korte beschrijving van de coachingstrajecten Om verschillende redenen is er voor gekozen om de coaching van de jongens zoveel mogelijk wandelend buiten te laten plaatsvinden. Het idee was dat de jongens door de beweging meer gefocust zouden zijn op de kwestie die tijdens de coaching centraal stond. Het keuze voor wandelen sluit aan bij het eerder genoemd ‘actief handelingsprogramma’ van jongens. Het sluit ook aan bij de  neurowetenschappelijke evidentie voor het ‘gemakkelijk’ in slaap vallen van mannelijke hersenen. Een belangrijk voordeel van wandelen is bovendien dat de jongens tijdens het lopen geen direct oogcontact hebben met de coach. Dit maakt het gesprek voor de betrokken studenten vaak net iets gemakkelijker (minder uitgesproken ‘sociaal actie’ programma). Tijdens de coaching zijn de...
Pagina 1 van 3123