‘Manaptief’ begeleiden

Tijdens een workshop op een Fontys Docent Event heb ik gesproken over mijn bevindingen met betrekking tot het  ‘werken met jongens’. Het gaat hier om begeleidingssituaties. Deze bevindingen komen samen in onderstaande dia.

11.1

Centraal in deze dia staan vier afbeeldingen. Deze afbeeldingen hebben betrekking op vier componenten die, op grond van mijn ervaring, centraal zouden moeten staan in de begeleiding van jongens. De eerste dia symboliseert de keuze die elke jongen zou moeten maken bij aanvang van een begeleidingstraject. Uitdrukkelijke aandacht hiervoor is van belang omdat veel jongens geneigd zijn om die daadwerkelijke keuze niet te maken. Ze vinden het vaak ‘wel okay’. Ze zijn geneigd om als het ware voor zich te láten kiezen. Een daadwerkelijke keuze voor een begeleidingstraject genereert niet alleen de noodzakelijke betrokkenheid; het ondersteunt vaak ook de kanteling van externe attributie naar interne attributie. De tweede afbeelding staat voor (de behoefte aan) structuur. Mijn ervaring is dat veel jongens moeite hebben om ordening aan te brengen in het werk dat zij moeten oppakken. Vaak is het effectief om de sturing tijdelijk extern op te pakken. Als de jongens meer ‘grip’ krijgen is de stap naar meer zelfsturing vaak relatief eenvoudig te zetten. De derde afbeelding verwijst naar de welbekende ‘stok achter deur’. Deze afbeelding sluit in een bepaalde zin aan bij de tweede afbeelding omdat externe sturing vaak gepaard gaat met een ‘stok achter de deur’. Hoewel mijn insteek bij met name de MeesterMasterClass is geweest om juist géén ‘stok achter de deur’ in te zetten geven de studenten zonder uitzondering aan dat zij een dergelijke stok juist heel prettig vinden. Dit betekent natuurlijk niet altijd dat die stok ter hand moet worden genomen. Het is echter van belang om je als begeleider bewust te zijn van deze ‘behoefte’. De vierde afbeelding staat voor het ‘effect van succeservaringen’. Het opdoen van succeservaringen blijkt voor de jongens, naar eigen zeggen, een absolute voorwaarde te zijn om daadwerkelijk in beweging te komen en te blijven. Hoewel het effect van succeservaringen vanuit de leerpsychologie natuurlijk bekend is hadden succeservaringen (en het daarmee gepaard gaande vertrouwen) een veel grotere impact op het handelen van de jongens dan ik vooraf had ingeschat.

Rondom de vier besproken componenten onderscheid ik, op grond van de ervaringen van het afgelopen jaar, een aantal aspecten die de leerprocessen van jongens kunnen faciliteren. Hoewel ik geen van bovengenoemde componenten kan wegdenken uit welke begeleidings-activiteit dan ook gaven de jongens aan dat tijdens coachings-trajecten met name ‘directe communicatie’, ‘bewegen’ en ‘kortcyclische feedback’ van belang waren. Tijdens de MeesterMasterClass hoorde ik dat ‘humor’, ‘breinkennis’ en ‘confronteren-bevestigen/ belonen’ belangrijke ingrediënten waren. Ten aanzien van dat laatste bleek het letterlijk in beeld brengen van tussentijdse resultaten belangrijke impulsen te geven.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailby feather